Een ode aan Ibra, de man die gemist wordt

Om u het zoeken te besparen, vertellen we nu alvast: Zlatan Ibrahimovic is er niet bij vanavond. Op het EK in Frankrijk heeft hij zijn laatste wedstrijden gespeeld voor Zweden. Misschien maar goed voor Nederland, Oranje heeft een overwinning nodig. Maar toch wordt hij gemist.

Al is het alleen maar omdat Zweden nog nooit wist te winnen van Nederland met Ibrahimovic in de basis. Sterker nog, we mogen hem wel bedanken voor zijn optreden op het EK in 2004. In de kwartfinale tussen Nederland en Zweden draaide het uit op strafschoppen. Natuurlijk neemt de vedette er een. Een zekerheidje? Zeker niet, hij miste als eerste van de Zweden. Geen onbelangrijke misser, Oranje won de penaltyreeks en mocht in de halve finale gaan spelen tegen de Portugezen. Ibrahimovic moest naar huis. Dat had hij niet verwacht. Je kan namelijk niet zeggen dat de Zweed niet met zelfvertrouwen achter de bal ging staan – dat zou hij immers nooit doen – maar in zijn overmoedigheid schoot hij hoog over. Er volgde geen woede-uitbarsting, hij bleef nog ijzig kalm. Hij vertrekt alleen even zijn gezicht. De frustratie kropte hij op.

Want wat hij ook deed, het wilde maar niet lukken tegen Nederland. In de drie wedstrijden die hij tegen Oranje speelde, scoorde hij er maar eentje. 18 augustus 2004, de eerste ontmoeting tussen Zweden en Nederland na die kwartfinale. Het werd 2-2, door een doelpunt van Zlatan. Maar dat doet er niet toe.

Na afloop ging het niet over het resultaat en al die zakelijke poespas. Ibrahimovic werd namelijk de man van de wedstrijd, en niet omdat hij een doelpunt maakte. Hij had nog een rekening te vereffenen, de rekening van de gemiste strafschop. De frustratie die hij toen opkropte, kwam er op 18 augustus 2004 allemaal uit. Niet toevallig was Rafael van der Vaart, nota bene aanvoerder en collega van Ibrahimovic bij Ajax, het slachtoffer van ‘een gestrekt beentje’. Die twee lagen sowieso al vaker in de clinch. Het waren beiden mannetjes, Ibrahimovic was alleen een nog groter mannetje volgens Van der Vaart.

De overtreding betekende voor de Amsterdammer een maand niet voetballen. Evert ten Napel zag het van dichtbij: “Wat een vervelend mannetje is dat toch. Wat een vervelend ventje. Wat een vervelend ettertje. Al die dingen; elleboogjes, stompen. Ik mag hem niet.”

Hoewel Evert ten Napel doorgaans gelijk heeft, gaat hij hier toch grandioos in de fout. Natuurlijk mag iedereen Ibrahimovic. Het is een kwajongen, een provocateur, maar alles wat hij doet wordt vanzelf omarmd, vergeten of vergeven. ‘Ach, het is Zlatan…’

Zo denkt iedereen bij zijn acties binnen en buiten het veld. Die omhalen, die hakjes en alle andere hoogstandjes hebben we wel gezien. Nee, juist ook buiten het veld staat Ibracadabra te boek als een legende. Bij interviews weet je nooit wat je krijgt met de eigenaardige aanvaller. Er zijn zat lijstjes te vinden waar de leukste uitspraken van hem op een rijtje staan. Lees en geniet. Zolang het nog kan.

Ibrahimovic speelt nu namelijk alleen nog maar in Engeland. Dat was onoverkomelijk. Op een voorwaarde had hij bij zijn vorige club PSG kunnen blijven. De Eiffeltoren moest vervangen worden voor een standbeeld van hemzelf. ‘Ach, het is Zlatan…’ Na zijn succesvolle jaren in Frankrijk is het vanzelfsprekend een grote uitdaging in de Premier League. Toch blijft hij vol vertrouwen, hij zal er niet de koning van Manchester worden, maar: “I will be God of Manchester.” Alleen Ibrahimovic kan zoiets zeggen.

En daarom, Zlatan, je wordt gemist.

Facebook Comments