De tien mooiste voetbaltempels, vernoemd naar voetbaliconen

Gaat het Johan Cruijff Stadion er nu echt komen? Na het overlijden van de ‘Eeuwige nummer 14’ werd er een grote actie op touw gezet om de Amsterdam Arena om te dopen in het Johan Cruijff Stadion, maar dat bleek nog niet zo makkelijk. Het lijkt nu wel te gaan lukken: de familie Cruijff, Ajax en de Arena hebben bijna een akkoord. Maar dan mag er geen sponsornaam aan het stadion verbonden worden.

Gelukkig zien we die ook niet bij deze tien mooie voetbalstadions die vernoemd zijn naar voetbaliconen. Lijstje!

1. Abe Lenstra Stadion

Capaciteit: 26.800
Capaciteit: 26.800

Over grote Nederlandse voetballers gesproken. Abe Lenstra is een van de beste voetballers die Nederland gekend heeft. In zijn gehele carrière maakte hij zo’n 700 doelpunten. Saillant detail, Lenstra maakte evenveel doelpunten in Oranje als Cruijff, namelijk 33. ús Abe werd nooit kampioen met Heerenveen, maar het was aan hem te danken dat sc Heerenveen in de top van de Eredivisie speelde. Een dankbaar gebaar van de Friese club om in 1994 het Abe Lenstra Stadion te openen.

2. Ernst Happel Stadion

Capaciteit: 53.008
Capaciteit: 53.008

We houden het nog even dichtbij Ajax, want wat heeft de Amsterdamse club een fijne herinnering aan dit stadion. Het puntertje van Kluivert tegen AC Milan en Ajax won als laatste Nederlandse club de Champions League. Het gebeurde allemaal in Wenen in het Ernst Happel Stadion. Ernst Happel zelf wist als coach overigens ook wel wat winnen was: met Feyenoord en HSV won hij de Europacup I en hij schopte het met Oranje tot de WK-finale in 1978. In november 1992 overleed Happel. Datzelfde jaar nog werd het Prater-Stadion naar Happel vernoemd.

3. Estadio Vicente Calderón

Capaciteit: 54.851
Capaciteit: 54.851

Oorspronkelijk zou het het Estadio Manzanares heten, maar dit stadion werd vernoemd naar de toenmalige president van Atlético Madrid. Calderón maakte de club groot met vier landskampioenschappen, drie nationale bekers en één wereldkampioenschap voor clubteams. Voetballiefhebbers zullen met pijn in het hart kijken naar de thuiswedstrijden van Atlético Madrid dit jaar. Van de thuisbasis, het Estadio Vicente Calderón, wordt na dit seizoen afscheid genomen door de te kleine capaciteit. Ze gaan verhuizen naar het Wanda Metropolitano, hemelsbreed zeventien kilometer verderop.

4. Estadio Santiago Bernabéu

Capaciteit: 81.044
Capaciteit: 81.044

In diezelfde stad ligt natuurlijk ook nog het Estadio Santiago Bernabéu, waar Real Madrid haar wedstrijden afwerkt. Nog geen maand heette het stadion Estadio Chamartin, toen clubpresident Santiago Bernabéu zijn naam eraan verbond in januari 1955. Waar hij dat aan te danken had? Nou, in zijn tijdperk won de Koninklijke de Wereldbeker, zes keer de Europacup I, zestien landskampioenschappen en zes keer de Spaanse beker.

5. Constant Vanden Stockstadion

constant-vanden-stock-stadion
Capaciteit: 21.500

Constant Vanden Stock had ook een heel mooie erelijst, maar dan als voorzitter van het Belgische RSC Anderlecht: tien landstitels, zeven keer de Beker van België, twee keer de Europacup II, één keer de UEFA Cup en twee keer de Europese Supercup. In 1983 werd het Stade Émile Versé niet alleen gerenoveerd, maar kreeg het logischerwijs ook een nieuwe naam, het Constant Vanden Stockstadion.

6. Estádio José Alvalade

Capaciteit: 50.095
Capaciteit: 50.095

De thuishaven van Sporting Clube de Portugal heeft altijd al Estádio José Alvalade geheten, maar in 2003 werd er een gloednieuw stadion geopend. Onder dezelfde naam. Nog altijd eert de club hun oprichter, José Alvalade. Het stadion heeft overigens een sterke Nederlandse band. Nederlanders spelen graag bij Sporting. Momenteel zijn dat Bas Dost, Marvin Zeegelaar en Luc Castaignos. Minder positief was de uitschakeling van Oranje op het EK 2004 door Portugal in het Estádio José Alvalade.

7. Estadio Mario Alberto Kempes

Capaciteit: 55.144
Capaciteit: 55.144

Nadat het stadion eerder bekend stond onder Estadio Olimpico de Córdoba en Estadio Chateau Carreras, werd het in oktober 2010 vernoemd naar Mario Alberto Kempes, een van de drie Oranje-beulen. Gerd Müller, Andres Iniesta en Mario Alberto Kempes waren allen beslissend in de drie verloren WK-finales van het Nederlands elftal. Kempes, ook wel De Matador genoemd, was de topschutter van het WK 1978 in zijn thuisland Argentinië.

8. Stadio Giuseppe Meazza

Capaciteit: 80.018
Capaciteit: 80.018

Deze voetbaltempel staat beter bekend als het San Siro van AC Milan, maar voor Internazionale is er geen twijfel, dit stadion heet sinds 1979 Stadio Giuseppe Meazza. Meazza was een van de beste voetballers in de jaren ’30. Al op jonge leeftijd maakte hij furore bij Inter Milan, op zijn achttiende werd hij topscorer van de Serie A met 33 doelpunten. Ook was hij de aanvoerder van Italië toen zij in 1938 wereldkampioen werden. Toen hij in 1979 overleed, werd zijn naam direct aan het stadion verbonden.

9. Fritz-Walter-Stadion

Capaciteit: 49.780
Capaciteit: 49.780

Friedrich Walter was enorm populair onder het Duitse voetbalpubliek. Hij speelde voor 1. FC Kaiserslautern als linksbinnen en was de aanvoerder van West-Duitsland bij het wonder van Bern. Onder zijn aanvoering haalden de Duitsers het wereldkampioenschap van 1954 binnen. Ze kwamen 2-0 achter tegen het Hongarije van Puskás, maar met een comeback en een doelpunt in de 84e minuut werd Duitsland alsnog wereldkampioen. Na zijn loopbaan kreeg het stadion van 1. FC Kaiserslautern Walters naam. Maar dat is niet het enige waar zijn naam voorbijkomt. Ieder jaar reikt de Duitse voetbalbond een prijs uit aan jonge talenten. Die onderscheiding wordt de Fritz Walter Medaille genoemd.

10. Rat Verlegh Stadion

Capaciteit: 19.000
Capaciteit: 19.000

En we sluiten af met het avondje NAC in het Rat Verlegh stadion. Het stadion van NAC Breda is vernoemd naar Antoon ‘Rat’ Verlegh, de oud-international die tussen 1912 en 1931 voor NAC speelde. Daar werd hij in 1921 Nederlands kampioen. Gouden tijden waren dat, terwijl de club het nu moet doen met de Jupiler League.

Facebook Comments