‘Zelfs opa’s van 80 kunnen beachvolleyballen in Rio’

Bureau Sport heeft het al eens ervaren in Rio de Janeiro: iedereen in Brazilië kan beachvolleyballen. De Nederlandse olympiërs, die deze week in Porec beginnen aan het laatste traject richting de Spelen, kijken er dan ook enorm naar uit om een balletje te smashen op de Copacabana.

“Het is een geweldige locatie, een unieke plek. Het gaat helemaal los in het stadion, de Brazilianen leven voor die sport”, jubelt Robert Meeuwsen, die met Alexander Brouwer wereldkampioen werd in 2013.

“Wat ik mooi vind daar, is dat alle leeftijden tegen elkaar beachvolleyballen. Van kleine kinderen die nog geen tien jaar oud zijn tot opa’s van misschien wel tachtig die bloedfanatiek zijn en lopen te schelden op elkaar.”

Christiaan Varenhorst, vorig jaar tweede op het WK in eigen land met Reinder Nummerdor, herkent de sfeer die Meeuwsen beschrijft. “Rio ademt beachvolleybal, ze zijn ook allemaal ontzettend fit omdat ze op het strand ook een goede workout doen.”

De fans zijn echter niet altijd even sympathiek voor niet-Brazilianen. “Ze kunnen erg vijandig zijn. Ik hoop dat ze geen dingen het veld opgooien en onze tekens doorgeven. Ik begrijp van Reinder dat het op de Spelen nog een stap extra is.”

Voor Madelein Meppelink voelt Rio als ‘een tweede thuis’. “In mijn acht jaar als professional ben ik er elk jaar geweest. Ik ben weleens het strand afgegaan om trainingspartners te zoeken, dan merk je hoe goed ze zijn. Het is eigenlijk jammer dat Brazilië maar twee teams kan afvaardigen naar de Spelen.”

Meppelink kwam op de Copacabana de meest uiteenlopende types tegen. “Veel mensen vinden onze broekjes al klein, maar daar op het strand dacht ik vaak: had je niet een wat groter broekje aan kunnen doen? Bij sommige topjes vroeg ik me echt af of dat wel zou blijven zitten.”

Wat bij de beachvolleyballers toch het meest blijft hangen, zijn de sportieve kwaliteiten van de Brazilianen. Meeuwsen: “Tegen Brazilië 20 hebben wij het nog moeilijk.”

Facebook Comments